Terug naar deel 3

 

DEEL 4: HET ENNEAGRAM EN DE DYNAMICA VAN HET BEWUSTZIJN

 

4.1. De dynamica van het bewustzijn

 

4.1.1. Denken in drietallen in het Enneagram

devierdriehoeken.jpg

Bij het Enneagram wordt niet gedacht in tweetallen maar in drietallen. Denken in tweetallen leidt al snel tot polariteiten of tegenstellingen, het ene tegenover het andere. Denken in drietallen opent de mogelijkheid om steeds in termen van elkaar aanvullende tegendelen met een overstijgende heelheid te denken. Het is dus een vorm van niet polair of non dualistisch denken. Een drietal vormt in het Enneagram altijd een samenhangend geheel, dat visueel gerepresenteerd wordt door een driehoek. Vandaar dat in het Enneagram nogal wat driehoeken te vinden zijn, die overigens niet allemaal in de literatuur worden behandeld. De belangrijkste driehoeken zijn:

  1. De scheppingsdriehoek
  2. De schaduwdriehoek
  3. De openbaringsdriehoek
  4. De verlossingsdriehoek

cirkelscheppingsdriehoekstip.gifHet zou te ver voeren om hier al deze driehoeken te behandelen, ze worden genoemd om te laten zien dat het denken in drietallen een fundamenteel deel is van de beschouwingen met betrekking tot het Enneagram. We gaan wel iets verder in op de scheppingsdriehoek.

De scheppingsdriehoek is ontstaan uit de heelheid of harmonie van de Negen waarbinnen de uitgaande energie van de Drie en de ingaande energie van de Zes zijn te onderscheiden. Dit zijn tegendelen die elkaars complement zijn en samen de Negen vormen. Het zijn ook energieën, dat wil zeggen dynamische principes die constant werkzaam zijn binnen de driehoek. Uiteindelijk is en een diepgaand evenwicht tussen de Drie en de Zes, gemiddeld gezien zijn ze even energiek en in constante wisselwerking. Zoals Yin en Yang binnen het geheel van het Tao in wisselwerking zijn.

 

4.1.2. De dynamische principes van Jung en de driehoeken in het Enneagram.

Jung vat de menselijke psyche op als een systeem dat in voortdurende beweging is. Het werkzame element duidt hij aan met de naam Libido. Het begrip Libido wordt hier op overeenkomstige wijze gebruikt als in de natuurkunde het begrip energie. Jung ontleent veel van zijn inzichten over de dynamische principes van het bewustzijn rechtstreeks aan de thermodynamica. Gezien de complexiteit van zijn opvattingen kan deze studie alleen het karakter hebben van een eerste verkenning.

 

Jung onderscheidt drie principes:

 

4.1.2.1. Het principe van de tegendelen.

Het principe van de tegendelen is volgens Jung “Een aan de menselijke natuur eigen wetmatigheid. De psyche is een systeem met zelfregulering en er is geen systeem met zelfregulering dat niet werkt door tegendelen.” (Jacobi , 1944, blz. 89)

Heraclitus sprak al over het regulerende principe van de tegendelen en noemde het Enantiodromie (de gang van de tegenovergestelden), waaronder hij verstond dat alles eens in zijn tegendeel overgaat. “Zo dwing de noodwendigheid van dit principe bijvoorbeeld dat we op den duur de waarde van het tegenovergestelde van onze vroegere idealen gaan inzien. Of dat we gaan zien dat wat we op een gegeven moment als waar aannemen, later ook onwaar blijkt te zijn. Dat betekent overigens niet dat er geen waarheid bestaat, maar wel datmenselijke waarheden relatief zijn”. (Jacobi , 1949, blz. 89)

 

Voor Jung is enantiodromie het aan de dag treden van de onbewuste tegenstelling in chronologische volgorde. Dit verschijnsel treedt bijna altijd op als het bewuste leven langere tijd wordt beheerst door een extreem eenzijdige richting, zodat zij een even sterke maar onbewuste tegenhouding in het onbewuste vormt. Het ligt voor de hand dat Jung niet de overgang van het ene in het andere tegendeel de moeite van het nastreven waard acht, maar het overstijgen van de tegenstellingen in een groter geheel dat beide omvat.

 

Een ander facet van het principe van de tegendelen is te illustreren aan het eerder genoemde voorbeeld dat dieren op het ene moment uiterst zorgzaam kunnen zijn voor hun eigen jongen en op het andere moment meedogenloos jongen van andere dieren kunnen doden om voedsel te krijgen. Die dieren zijn niet goed of niet slecht, ze doen wat ze doen, de werkelijkheid is feitelijk en neutraal van karakter. De psyche reageert daar anders op, wij vinden bijvoorbeeld zorgzaamheid positief en meedogenloosheid negatief. Wensen en gedachten tenderen ertoe tegendelen in het bewustzijn tot leven te roepen. Een positieve wens of gedachte roept onmiddellijk ook het tegenovergestelde tot leven.

libido.jpg

Basaal is dat het hebben van een concept over wat goed is, impliceert dat je ook een concept hebt over wat slecht is. Er kan geen hoog zonder laag zijn of licht zonder duisternis.
Volgens Jung is het juist die oppositie die de energie of kracht van de psyche creëert, hij noemt deze energie libido. Een groot contrast geeft veel energie, een laag contrast geeft weinig energie. Boeree geeft het voorbeeld van een gekwetst vogeltje dat hij als jongetje vond en verzorgde, plots kwam in hem op dat hij het diertje op datzelfde moment ook zou kunnen verpletteren.

 

Het principe van de tegendelen lijkt goed te passen bij het denken in drietallen zoals dat bij het Enneagram wordt gebruikt. Zo staat binnen de scheppingsdriehoek de afstand tussen de Zes en de Drie voor de sterkte van de libido. De uitwerkingen verschillen wel van elkaar maar dit is juist verrijkend voor een dieper begrip van de beide benaderingen.

 

4.1.2.2. Het principe van de gelijkwaardigheid.

De energie die vrijkomt bij de creatie van de tegendelen wordt gelijk verdeeld over de beide delen. Toen Boeree het vogeltje in de hand hield was er de energie om verder te gaan om het te helpen, maar evenveel energie om het te verpletteren. Hij probeerde de vogel te helpen, het was dus de helpende energie die opging in het gedrag. Maar wat gebeurt er met de andere energie?

libido2.jpg

Een ander voorbeeld is als iemand tijdens zijn leven een ideaalbeeld van Christus nastreeft, neemt dan komt er een tegendeel van dat ideaalbeeld in de vorm van de duivel of een demon in zijn onderbewuste in werking.
Ook hier is de vraag wat er gebeurd er met die andere energie. Dat hangt af van de houding ten opzichte van die energie. Als je die erkent, onder ogen ziet en beschikbaar houdt voor het bewustzijn, dan werkt die energie gezondmakend voor de psyche, in andere woorden je groeit als mens. Maar als je pretendeert dat je die wens niet had, als je het ontkent en onderdrukt, dan gaat de energie in de richting van de ontwikkeling van een complex. Een complex is een verzameling of patroon van onderdrukte gedachten en gevoelens die samenballen rondom een thema dat voortkomt uit een archetype.
Hier ligt de wortel van belangrijke problemen: je pretendeert je leven lang alleen maar goed te doen. Je ontkent zelfs dat je het vermogen hebt om te liegen, te bedriegen, te stelen en te doden. Dan zal elke keer als je iets goeds meent te doen de andere energie naar een complex in de duisternis gaan.

 

Dat complex zal energetisch/emotioneel geladen worden en die lading zoekt naar een afvoermogelijkheid. Het lijkt of het een eigen leven gaat leiden en je achtervolgt, bijvoorbeeld in nachtmerries waar je kwaadaardige handelingen verricht. Als het lang genoeg duurt, kan het complex je overnemen, je raakt erdoor "bezeten" en je zou uiteindelijk een persoon met een gespleten persoonlijkheid kunnen worden. Een gespleten persoonlijkheid komt gelukkig niet vaak voor, maar als het voorkomt tenderen de twee deelpersoonlijkheden naar zwart-wit extremen.

 

Ook het principe van de gelijkwaardigheid der tegendelen lijkt goed in de beschouwingen rond het Enneagram te passen. Zij het dat er nog veel verdere studie vereist is om dit goed te doorgronden. In het genoemde voorbeeld van de geïdealiseerde Christus als symbool voor het Zelf is de geïdealiseerde figuur in het centrum of misschien beter in de Negen te projecteren. Het even sterke tegendeel, de Duivel, komt dan op het Viereneenhalf punt. De afstand tussen die twee staat voor de sterkte van de Libido.

 

Een nagestreefd ideaalbeeld leidt altijd tot een verworpen deel, het ideaal is nastrevenswaardig, het verworpen deel is te vermijden. Het ideaal behoort tot het gebied van het licht, het verworpene tot het gebied van de duisternis. Het is niet voor niets dat Naranjo zijn enneatypen beschrijft in termen van een contradictio in terminis. Zo omschrijft hij bijvoorbeeld het enneatype van de Een als "Woedende Deugd" en het enneatype van de Twee als "Egocentrische Edelmoedigheid". (Naranjo, 1994). Dit is analoog aan het principe van de gelijkwaardige verdeling van energie tussen de tegendelen.

 

4.1.2.3. Het principe van entropie.

Het begrip entropie is ontleend aan de thermodynamica en geeft de mate van chaos aan waarin een systeem verkeert. Men noemt de entropie van een systeem groter naarmate er meer wanorde heerst of naarmate er meer mogelijkheden zijn om toestanden van de systemen op atomair en/of op moleculair niveau te realiseren.
In alle systemen is een zekere neiging tot wanorde, ofwel een streven naar het maximale aantal realiseringsmogelijkheden aanwezig.

Levende organisme zijn uitstekende voorbeelden van systemen die gekenmerkt worden door een prachtige ordening en dus lage een entropie. Tijdens de groei van een organisme worden kleine moleculen omgezet is grotere moleculen, er ontstaat dus orde uit wanorde.

Als je in een hoek van een kamer een brandende kachel neerzet, dan zal er de tendens zijn dat het overal in de kamer even warm wordt. Dit is een voorbeeld waarin een hoge entropie ontstaat.

 

Jung nam het idee van entropie over en, als we het hier vereenvoudigd hanteren, is het de tendens van de tegenovergestelden om samen te komen in een niveau van lagere energie .

Voor zijn psychologie geeft Jung het volgende voorbeeld: in de loop van een mensenleven neemt het energieniveau op den duur af. In onze jeugd, tenderen de tegendelen naar het extreme. Daardoor hebben we veel energie. Adolescenten tenderen bijvoorbeeld naar extreme man-vrouw verschillen, de jongens doen vreselijk hun best om heel macho te zijn en de meisjes proberen even hard om heel vrouwelijk te zijn. Zodoende gaat hun seksuele activiteit gepaard met een grote hoeveelheid energie. Een ander punt is dat adolescenten vaak overschakelen van het ene extreem naar het andere, wild en gek op het ene moment en zachtmoedig op het andere moment.

Naarmate we ouder worden, raken we meer op ons gemak met onze verschillende facetten. We zijn minder naïef idealistisch en erkennen dat we allemaal vermengingen zijn van goed en slecht. We worden minder afgeschrikt door de andere sekse in ons en worden daardoor meer androgyn. Zelfs fysiek gaan op hoge leeftijd mannen en vrouwen meer op elkaar lijken. Het boven de tegenstellingen uitstijgen wordt transcendenteren genoemd.

 

Zo bij een eerste beschouwing lijkt ook het begrip entropie wel te passen binnen de beschouwingswijze van het Enneagram. Het biedt veel aanknopingspunten voor verder onderzoek.

 

4.1.3. Het Enneagram en het individuatieproces.

 

4.1.3.1. Het Enneagram en processen

Het Enneagram wordt in de bestaande literatuur vaak beschreven als een statisch geheel, niets is minder waar, het Enneagram is een uiterst dynamisch model. We hebben in de vorige paragrafen geschreven over de dynamiek van de tegendelen en de scheppingsdriehoek verder uitgewerkt.

Het Enneagram is ook procesgericht, waarbij tenminste drie typen processen binnen het Enneagram zijn te onderscheiden:

deprocessen.jpg

Cyclische processen: Deomtrekvan de cirkel staat voor volledig cyclische processen, dat zijn processen die een vaste cyclus doorlopen en op dezelfde plaats of in dezelfde toestand eindigen als van waaruit ze begonnen. Daar valt bijvoorbeeld het fysieke tijdverloop onder.

Transformatieprocessen: Dat zijn processen waar een plotselinge verandering optreedt die onomkeerbaar is. Deze processen vinden plaats tussen punt Vier en punt Vijf, detransformatieve doorgang gebeurt in het punt Viereneenhalf.

Creërende processen: Dat zijn processen met een cyclisch karakter die vanuit de geboorte van iets nieuws beginnen en vervolgens, groei, bloei, vruchtdragen, verval, zaad dragen, afsterven en wedergeboren omvat. Kenmerkend is dat er een opwaartse lijn in zit, de cyclus eindigt niet op (precies) dezelfde plaats maar levert uiteindelijk iets nieuws op.

Dit type proces wordt beschreven door de proceslijnen 1-4-2-8-5-7-1.

De richting van de pijlen geeft de incarnatierichting weer, dat is de richting van verdere ontwikkeling, deze richting kost altijd inspanning en levert spanning en stress op. De tegengestelde richting is de ontspanningsrichting, die richting gaan kost geen moeite, maar leidt ook niet tot ontwikkeling. Het kan ook tot regressie leiden, een terugkeer of blijven steken in een vroeger ontwikkelingsstadium, waarbij verdere ontwikkeling stagneert.

In de volgende paragrafen zal ik aannemelijk maken dat het verloop van het individuatieproces zoals Jung dat beschrijft consistent is met het verloop van de proceslijnen. Ik beschrijf hier een ontwikkelingspsychologisch normale of gezonde ontwikkeling zonder groter regressieproblemen of trauma's. Dat is jammer genoeg niet de statistisch meest voorkomende ontwikkeling (zie ook Levinson, 1982).

 

4.1.3.2. Zelfrealisatie, individuatie en het Individuatieproces

Het doel van het leven is volgens Jung het Zelf te realiseren. Het Zelf is een archetype dat de transcendentie van alle tegenstellingen representeert, zodat elk facet van de persoonlijkheid gelijkwaardig kan worden uitgedrukt. Je bent zowel mannelijk en vrouwelijk als het overstijgende geen van beide. Datzelfde geldt voor de paren ego en schaduw, goed en slecht, bewust en onbewust, individu en het geheel van de schepping. Maar met minder tegendelen is er minder libido of energie en is er een tendens om minder of geen actie te ondernemen, en er is ook minder noodzaak om actief te zijn. Hier kan gedacht worden aan een nieuw centrum, een meer gebalanceerde positie voor de psyche.

Jonge mensen focussen op het ego en richten zich op de trivialiteiten van de persona. Oudere mensen, die zich ontwikkelen zoals het volgens Jung hoort, richten zich meer op de diepte, op het Zelf en komen dichter bij alle mensen, het hele leven, zelfs het universum zelf. De zelfgerealiseerde persoon is minder zelfzuchtig en meer gericht op het geheel.

Jung heeft door zijn beschrijving van het individuatieproces onze ogen geopend voor de verschillen tussen de ontwikkeling van het kind en van de volwassene. Kinderen differentiëren, er ontstaan steeds meer onderscheidingen. Bij het leren van kinderen komen er vragen in de trant van "Wat is dit?" "Wat voor soorten zijn er?" "Waarom is dat zo?". Kinderen zoeken actief naar diversiteit. Daardoor heeft de opvatting postgevat dat alle leren een kwestie van differentiatie is, het leren van steeds meer en andere zaken. Jung wees er op dat volwassenen meer naar integratie zoeken, naar het overstijgen van de tegendelen.

 

Volwassenen zoeken naar de verbinding tussen de dingen, hoe ze op elkaar interageren, hoe ze bij elkaar passen en hoe ze binnen het geheel passen en hoe ze aan het geheel bijdragen. We willen dat het betekenisvol is, wat het doel ervan is. Kinderen rafelen de wereld uiteen, volwassenen breien het weer aan elkaar.

 

Misschien is dit wel een van de meest wezenlijke onderdelen van Jungs wereldbeschouwing. De mens wordt volledig, geïntegreerd, kalm, vruchtbaar en gelukkig wanneer (en slechts wanneer) het proces van de individuatie voltooid is en wanneer bewustzijn en onbewuste geleerd hebben om in vrede met elkaar te leven.

 

4.1.3.2. Het individuatieproces in het Enneagram

De lijnen in het Enneagram geven verloop van creërende processen aan. In deze paragraaf wil ik laten zien dat het verloop van het individuatieproces zoals Jung dat ziet consistent is met het verloop van de proceslijnen. Ik beschrijf hier een ontwikkelingspsychologisch normale of gezonde ontwikkeling. Dat hoeft niet per sé de statistisch meest voorkomende ontwikkeling te zijn (zie ook Levinson , 1982).

lijn1_4verkenning.jpg

De 1-4 lijn (de verkenningslijn), Een kind wordt in de toestand van punt Een geboren, hij is deel van en functioneert volgens de aangeboren natuurlijke orde van het driftleven en de archetypen. Het kind is volslagen egocentrisch en ook authentieke, zij het onbewust. Ook is hij zich niet bewust van enige individualiteit. Op de 1-4 lijn, begint het kind de wereld te verkennen en op allerlei manieren te differentiëren. Een belangrijke differentiatie is de ontdekking of creatie van het ik, dat ervaren wordt als het centrum van de eigen wereld. Als dit onderscheid redelijk helder is, is het kind in punt Vier aangekomen.

 

De 4-2 lijn (de ontkenningslijn),Op deze lijn, die ook wel strijdlijn wordt genoemd, ontkent het kind vanuit zijn individualiteit de individualiteit van de anderen. In deze fase ontstaat er competitie en vaak strijd met anderen, bijvoorbeeld adolescenten die zich op een onredelijke manier tegen hun ouders verzetten. Als deze fase goed verloopt, komt er een moment waarop de anderen tot op zekere hoogte erkend en gezien worden, echte communicatie wordt mogelijk en dan kan ontmoeting plaatsvinden in punt Twee.

lijn4_2strijdlijn.jpg

 

De 2-8 lijn (de herkenningslijn), ook wel danslijn genoemd. Met een zekere mate vanlijn2_8danslijn.jpg (wederzijds) respect en plezier kan nu aan doelen met een gezamenlijk belang worden gewerkt. Dat kan bijvoorbeeld een carrière binnen het bedrijfsleven zijn, maar ook het opvoeden van kinderen. Aan het einde van deze fase komt het individu in punt Acht terecht, het gebied van autonomie of zelfsturing. Hier ligt ook het hoogtepunt van de differentiatie binnen het individuatieproces. Als alles goed gaat begint nu deintegratieop gang te komen.

 

lijn8_5spellijn.jpgDe 8-5 lijn (de erkenningslijn),ook wel spellijn genoemd. Tot en met punt Acht is het ontwikkelingsproces in hoge mate op zichzelf gericht: het is mijn succes, mijn plezier mijn loopbaan die centraal staan, dat gaat (vaak) ten koste van anderen. Op deze lijn wordt erkend dat er meer spelers in het veld zijn en dat de wereld groter is dan de eigen omgeving en dat je meer kunt werken vanuit win-win strategieën en rekening kunt (en moet) houden met het grotere geheel. Om dat geheel te kunnen zien is een nieuwe, meer omvattende vorm van bewustzijn nodig, Dat bewustzijn, deze kijk op zaken, wordt in punt Vijf bereikt.

lijn5_7bekenningslijn.jpg

De 5-7 lijn (de bekenningslijn), ook wel offerlijn genoemd. Je hebt alles in je leven naar beste weten gedaan en nu blijkt dat alles toch anders loopt of is gelopen dan je gedacht of gewild had. Hier kan de erkenning ontstaan dat er een hogere orde is, een transpersoonlijke werkelijkheid die de dingen uiteindelijk regelt. Die werkelijkheid staat boven de tegenstellingen van bijvoorbeeld ik tegenover de anderen. Het authentieke Zelf, de heelheid, het centrum van de cirkel krijgt nu weer een kans, maar waar dat als baby onbewust was, is dat in deze fase bewust. In punt Zeven komen de persoonlijke levensloop en de stroom van het leven bij elkaar, de persoonlijke wil en de grote Wil vloeien tot op grote(re) hoogte samen.

lijn7_1kennislijn.zjpeg100.jpg

De 7-1 lijn (de kennislijn), ook wel opstandingslijn genoemd. Wat je gevonden/verworven hebt, wordt teruggegeven aan het grote geheel. Op deze lijn wordt de integratiefase van het individuatieproces afgerond.

In principe kan nu in de Een het proces opnieuw, beginnen, met als extra verworvenheid datgene wat in de vorige cyclus is geleerd.

Een individuatieproces bestrijkt een heel leven en afhankelijk van de wereldbeschouwing zou een nieuwe cyclus dan bijvoorbeeld een nieuwe incarnatie kunnen betekenen of een leven in een andere wereld.

 

Bij deze eerste verkenning lijkt het er sterk op dat het individuatieproces en de procesbeschrijving volgens de lijnen in het Enneagram consistent met elkaar zijn. Daar is overigens nog zeer veel onderzoek aan te doen. Want deze eerste verkenning roept nogal wat interessante vragen op, bijvoorbeeld:

4.1.3. Het Enneagram en Synchroniciteit

 

4.1.3.1. Mechanicisme en Teleologie

Persoonlijkheidstheoretici discussiëren er al vele jaren over of psychologische processen mechanistisch of teleologisch werken. Mechanicisme is het standpunt dat de dingen werken in termen van oorzaak en gevolg. De ene gebeurtenis leidt tot de ander die weer tot een ander leidt en zo voorts, zodat het verleden het heden determineert. Teleologie is het standpunt dat we worden geleid door onze ideeën over een toekomstige staat, dus dat we worden geleid door doelen, meningen, waarden enz.

 

Mechanicisme is verbonden met determinisme en met de natuurwetenschappen, teleologie is verbonden met de (vrije) wil en komt onder wetenschappers steeds minder voor. Het is nog steeds zeer populair onder moralistische, rechtskundige en religieuze filosofen en natuurlijk onder persoonlijkheidspsychologen.

Freud en de behavioristen tenderen naar het mechanicisme, terwijl neo-freudianen, humanistische psychologen en existentialisten neigen tot het teleologische standpunt.

4.1.3.2. Synchroniciteit

Jung is van mening dat mechanicisme en teleologische oorzaken beide een rol spelen in de psyche, maar hij voegt een derde alternatief toe: synchroniciteit.

Om de drie standpunten te verduidelijken volgt hier een verhaal van Mullah Nasrudin.

 

Mullahimage023.jpg Nasrudin en de staart van de ezel.

Mullah Nasrudin had een prachtige tuin met een hoge schutting er omheen waar hij vaak in aan het werk was. In de schutting ontbrak één plank en elke dag liep er een ezel voorbij op de weg achter de schutting. Zo zag de mullah ieder keer door de sleuf eerst de neus verschijnen, dan de ogen, de kop en de rest van het dier tot uiteindelijk de staart passeerde. Nasrudin verwonderde zich steeds opnieuw, want hij zág wel wat er gebeurde, maar hij begréép het niet. Op een goede dag kreeg de Mullah een groot inzicht: “Aha” riep hij “ik begrijp het, de neus is de oorzaak van de staart.”

 

Nasrudin trekt hier de conclusie van iemand die hetmechanicismeaanhangt. Er moet wel een causale relatie zijn tussen twee gebeurtenissen, als onder dezelfde condities de beide gebeurtenissen elkaar in een vaste volgorde opvolgen.

Zou hij een teleologisch standpunt aanhangen, dan zou hij aannemen dat er een ezeldrijver was die een dier in een door hem gewenste richting dreef en er zo voor zorgde dat eerst de neus en pas op het laatst de staart passeerde.

Zou de Mullah een aanhanger van synchroniciteit zijn, dan zou hij wellicht tot de bevinding komen dat de neus en de staart delen van één groter patroon zijn die samen een zinvol geheel vormen die hij dan ezel zou noemen en misschien zelfs een ezel met een ezeldrijver. Hij zou in die opvatting zeer gesterkt worden als er in die schutting nog een kleiner gat zou zitten. Zodanig dat op het moment dat de neus de sleuf in de schutting passeert, de staart zichtbaar zou zijn door het gat. Dan zouden immers de verschijning van de neus en de staart synchroon plaatsvinden, zonder oorzakelijk verband.

 

Synchroniciteit is het gelijktijdig plaatsvinden van meerdere gebeurtenissen die niet causaal verbonden zijn, maar wel betekenisvol gerelateerd, bijvoorbeeld omdat ze beide tot een groter, zij het onzichtbaar, patroon behoren. Bekend is het verhaal dat een van zijn cliënten een droom over een kever beschreef en dat op hetzelfde moment een kever tegen het raam vloog.

Het gebeurt wel dat iemand droomt over iets, bijvoorbeeld het overlijden van een geliefde persoon en de volgende dag ontdekt dat die persoon op het moment van de droom ook gestorven is.

Als we dromen of mediteren, zakken we steeds verder in ons persoonlijk onbewuste en komen zo dichter en dichter bij ons ware zelf, het collectieve onderbewuste. In dergelijke toestanden zijn we meer speciaal open voor "communicatie" met andere ego's.

De meeste psychologen zouden dit afdoen als toeval, dan wel proberen aan te tonen dat dit soort dingen vaker gebeuren dan we denken. Jung meende dat het indicaties waren van hoe we verbonden zijn met onze medemensen en met de natuur en wel door middel van het achterliggende geheel, het collectieve onbewuste.

 

4.1.3.2. Synchroniciteit in het Enneagram

Het Enneagram is opgebouwd vanuit de gedachte dat er één Eerste Oorzaak is die nog steeds in werking is. De Negen is de volledigheid, die te onderscheiden is binnen de eerste oorzaak en waarbinnen de tegendelen Zes en Drie hun werk doen. Vanuit deze basisdriehoek beginnen zich ook de andere punten te onderscheiden.

De consequentie hiervan is dat alle onderdelen nog steeds uitmaken van de Eerste Oorzaak. Ook al menen we ze als gescheiden elementen waar te nemen. Er is hier een analogie te trekken met een groep eilanden in de zee. We kijken naar de wereld en naar elkaar en denken dat we gescheiden entiteiten zijn. Wat we niet zien is het feit dat we onder water door de oceaanbodem één geheel met elkaar vormen. Hoewel er voor zover ik weet geen inzichten op dit gebied gepubliceerd zijn, past het idee van de synchroniciteit volledig binnen de beschouwingswijze van het Enneagram.

 

Verder naar deel 5